Opinies

Waarom Nederland moet investeren in defensie

Riens Meijer

De val van de Berlijnse muur op 9 november 1989 luidde het einde in van de communistische regimes in Oost- Europa. Binnen een jaar waren de meeste communistische regeringen afgetreden en was Duitsland herenigd. Op 1 juli 1991 volgde de ontbinding van het Warschaupact, de communistische tegenhanger van de NAVO. Toen op 25december 1991 ook de Sovjet- Unie uiteen viel was het conflict, dat veertig jaar de internationale veiligheidssituatie en het daarvan afgeleide defensiebeleid had bepaald, voorbij.

Het einde van de Koude Oorlog had voor de Nederlandse Krijgsmacht drie ingrijpende gevolgen. De meest fundamentele verandering was de sterk afgenomen militaire dreiging. Landsverdediging was niet langer noodzakelijk en daarmee viel het traditionele bestaansrecht van de krijgsmacht weg. Een meerderheid van het parlement vond het daarom verantwoord minder geld aan defensie te besteden. De tweede ontwikkeling was dat de Verenigde Staten door de constructieve opstelling van de Sovjet- Unie meer ruimte kreeg om de internationale rechtsorde te handhaven. De derde verandering was het opschorten van de dienstplicht.

Gezien de fundamentele aard en het tempo van de veranderingen is de periode 1989-1993 te beschouwen als een breuklijn in het Nederlandse defensiebeleid. De krijgsmachtdelen namen, omdat  de structuur van de krijgsmacht ongemoeid werd gelaten, in slechts vier jaar afscheid van de Koude Oorlog en accepteerden de deelname aan crisisbeheersingsoperaties als de nieuwe taak.

De politieke ambitie van een expeditionaire krijgsmacht die op korte termijn wereldwijd inzetbaar is, heeft gigantische consequenties gehad. De krijgsmacht is naar taken en structuur omgebouwd van een log dienstplichtleger naar een expeditionaire strijdmacht. Daarbij heeft  “Screbrenica” een omslag bewerkstelligd in het militaire denken. De ontplooiing van Nederlandse militairen zal nooit meer geïsoleerd mogen plaatsvinden, maar altijd als onderdeel van en in samenwerking met troepen van één of meerdere andere landen.  De militairen treden voortaan zwaarbewapend een gebied binnen- om zo nodig met geweld op te treden. Verder moet de krijgsmacht voor ondersteuning niet meer afhankelijk zijn van anderen maar dit zelf in eigen beheer regelen.

Nederland dient als een van de rijkste landen klaar te staan om overal in de wereld zo nodig met militair middelen onrecht te bestrijden en op te komen voor mensen wiens bestaan bedreigd wordt. Wel zullen Nederland, de NAVO en de EUde volgorde van prioriteit moeten zijn, conform de hoofdtaken van Defensie en de verplichtingen binnen de Alliantie. Maar we zullen ook onze economische belangen moeten verdedigen om de status te behouden van een land dat voorspoed elders in de wereld kan brengen. Deze ambitie vergt een dienovereenkomst gefinancierd defensieapparaat, dat niet onderhevig mag zijn aan opportunistische (bezuinigings) maatregelen.  Als kabinet en parlement die standvastigheid niet tonen moet de consequenties zijn dat we ons internationale ambitieniveau omlaag brengen. De verschillende  gebeurtenissen in Oekraïne en de oplopende spanningen met Rusland bewijzen  hoe belangrijk het is om te willen blijven beschikken over de mogelijkheid om op alle geweldsniveaus te kunnen opereren. Een “complete”krijgsmacht en  daarbij behorende geldelijke middelen zijn dan een absolute voorwaarde. Het mag de Nederlandse politiek daarin niet aan consensus ontbreken.

Riens Meijer is econoom gespecialiseerd in kansen en bedreigingen in de 21steeeuw.


Add this to your website